Stefan Nieuwenhuis – stadsgedichten

Nazomer

 

Het idee van volop zon en lange lichte dagen

bij de droge inslag van bommen

bij het bijna breken

en het zachte briesje

 

dat koel het wasgoed fluisterblaast

de vlaggen op het veld

waar de lucht vol is van bloemen

van stuifmeel en gevallenen

veel te warm voor hun laarzen

 

moet mooi zijn geweest

 

(voor Bommen Berend)

 

*

 

De winter vaart

 

Er schijnt een licht

dat op het water deint

 

dat is vanwege het jaargetij

het zijn de vroege avonden

de koude neuzen die kletsen

tot en met het wiegen van de kade

 

hier klinken de glazen op de toekomst

wordt geschuifeld en gezwierd

is het trossen los

de masten in

 

vanuit het kraaiennest gekeken

gloeit het van de kou

van knus en eindejaarsvertier

als een kerstkaart die aangemeerd ligt

 

(voor WinterWelVaart)

 

*

 

Jij de kennis

 

Het is wat je zien kunt

wat er te beleven valt

 

soms klein meeslepend

dan groot speciaal

slim gevat

 

(a)

het gaat niet om kunde

maar juist je nieuwsgierigheid

 

(b)

enthousiasme is belangrijker

dan wat je uit een boek haalt

 

(a) + (b) = jouw nacht

 

het is de overeenkomst

of het verschil tussen een molecuul

dat ons universum maakt

 

het is alles tezamen

dat we mogen mogen

en kunnen kunnen

 

(voor de Nacht van Kunst en Wetenschap)

 

*

Toen ik in kalmte vertrok

 

Ik zal het voluit vertellen:

zette me op een bankje, keek en luisterde

met mijn ene hand in de ander

en de voeten gekruist

 

streek daarna met mijn vingers

door planten in het zonlicht

maakte een buiging voor een bloem

rook en ging weer zitten

 

tuurde, zag steeds het groen

hoe de paarse pluimen heen

en dan weer terug bewogen

ik boog alleen mijn hoofd

 

zat roerloos zeker tien minuten

misschien was het een kwartier

niets leek ondertussen gegroeid

of van kleur veranderd

 

toen ik in kalmte vertrok

oogde het als voorheen

van buiten was niets doorgedrongen

en had de tuin alles voor mij besloten

 

(voor Dichters in de Prinsentuin)

 

*

 

De taak toegerust

 

in vol licht als de operazanger
aanzet met gespreide armen
schieten muizen uit de coulissen

een draadloze aanslag op de vorm

zijn stem blijft luiden
hoeveel schermen hem verslaan

hoe het klinkt is voor vroeger
wat je ziet is wat je overhoudt

 

(voor Koppermaandag)